Ivan Willockx bezoekt Jos Thone

 

Deze keer mochten we langs gaan bij een naam als een klok in de duivensport. Niet alleen in ons land, maar tot ver buiten onze landsgrenzen kent men Jos Thoné. Deze 45-jarige Limburger ademt één en al duiven. Reeds op jonge leeftijd stond hij tussen de kampioenen. Dit jaar heeft hij er (opnieuw) een boerenjaar opzitten. Nationaal kampioen jonge duiven, Beste melker halve fond oude en jaarse van ‘uw krant’…het zijn maar enkele van zijn vele palmen van 2006. Hij stond ook mee aan de wieg van het prestigieuze WPC-project in Hoeselt. Deze vroegere leraar informatica, houdt zich nu fulltime bezig met alles wat de duiven aangaat. Zo heeft hij gelijkaardige ‘WPC’s’ mee helpen opbouwen in Oekraïne, Houston (Texas) en 3 in Peking. Samen met zijn vrouw Gaby, en zijn 2 zonen Xavier en Maxim, probeert Thoné, te genieten van het leven… ‘Zijt tevreden met wat ge hebt...’ is zijn motto…

 

Jos, proficiat met al je mooie titels dit jaar, maar hoe ben jij begonnen met de duiven?

 

Van thuis uit heb ik niets anders dan duiven gezien. Vader en moeder waren bezeten van die beestjes, nu nog trouwens, ze zijn mijn trouwste helpers, samen met mijn dagelijkse verzorger Robert Clemens. Mijn vader was ook een crack in hokken bouwen, hij moet zo wat de uitvinder geweest zijn van de duivenhokken met het zadeldak. Van mijn 8 tot 15 jaar hielp ik met alles mee in de duivenmaatschappij in Maasmechelen. Eind jaren ’70 werd ik dan hokverzorger bij mijn schoonvader Thomas Peeters. Ik mag wel zeggen dat ik daar het wereldrecord strontvegen gebroken heb. In ’91 ben ik dan zelf met de duiven beginnen spelen. Ik heb hier hokken gebouwd. Met de bedoeling om de duivensport te integreren in mijn gezin en omgekeerd. Ik heb er een mooie tuin rond aangelegd, zodat we rustig in de tuin met gans de familie op de duifjes kunnen letten. Ik heb die hokken gebouwd met automatische kuisbanden, met roosters op de grond en een kelder onder om de stront later makkelijk in op te kuisen, de hokken zo ingericht dat ik makkelijk het totaal weduwschap kan spelen, het hok laag bij de grond, zonder trappen,…

Alles om het zo makkelijk én aangenaam mogelijk te maken, want ook voor mij komt ooit de oude dag eraan. En als ik nu zie, 16 jaar later, is er nog weinig veranderd aan die hokken…

 

Als je zo snel bij de kampioenen stond, van wie heb je de stiel dan geleerd?

 

Wel, van vader en moeder heb ik geleerd, dat je alles moet doen voor de duiven, wil je slagen. Van mijn schoonvader leerde ik dat je goede duiven nodig had. En van mijn schoonbroer, Norbert Peeters, leerde ik dat je je duiven een perfecte medische begeleiding moet geven. Als je deze dingen naast elkaar legt heb je dé perfecte basis om te slagen in de duivensport. Maar ik moet ook toegeven dat ik nog elke dag bijleer, ook van de ‘gewone, kleine’ melkers. Want wie niet wil bijleren, kan zich nooit handhaven aan de top.

 

Thoné is de man van de massa, wordt gezegd, hoeveel duiven heb je hier zitten?

 

Momenteel nog een 350. Ik heb 44 kweekkoppels, 64 weduwnaars en hun 64 duivinnen. Ik kweek zo’n 200 jonge duiven van de 1ste ronde. Voor de zware fond kweek ik nog eens 100 late jongen. Omdat je hierin enorm veel tijd en duiven moet investeren, eer je resultaat hebt. De helft van mijn duiven worden gespeeld op de halve fond en de helft op de zware fond. Voor het gewone spel korf ik in in As, voor de semi-nationale vluchten in Genk en voor de zware fond rij ik richting Hasselt.

 

Nationaal kampioen bij de jonge duiven, is dat Thoné’s specialiteit?

 

Ik probeer op alles de beste te zijn, zo veel mogelijk een allrounder te zijn, kan pretentieus klinken, maar het is wel mijn ambitie. Enkele jaren geleden, speelde ik minder goed met de jonge duiven. Ik ben me er dan gaan op focussen en nu pluk ik daar dus de vruchten van. Momenteel kom ik op de zware fond nog wat te kort. Daarom dat ik me daar nu op aan het toeleggen ben. Hopelijk kan ik hier ook binnen enkele jaren de vruchten van plukken.

 

Hoe heb je je dan ‘gefocust’ op de jongen?

 

Wel, ik kwam tot de vaststelling dat alle hokken en alle bakjes van de jonge duiven hetzelfde waren. Op de grond lagen gewoon houten roosters. Ik had vrij neutrale hokken, met vrij diepe en grote bakken. Daarom heb ik de jonge duiven hokken wat aangepast. Ik heb hun bakken verkleind in 3 vakjes. Op een gedeelte van de roosters legde ik een houten plank met wat stro op. En ik verfde elke bak in een ander kleurtje. Zo kwam er veel meer leven in de brouwerij en werden ze vooral bakvaster. Er was veel meer onderlinge motivatie op het hok. Naast hun leefomgeving heb ik ook het voedersysteem aangepast. Vroeger voerde ik, net zoals iedereen, in het begin van de week dieet en naarmate de vlucht dichterbij kwam werd dat sportmengeling. Ik merkte op dat die duifjes bij de overgang van licht naar zwaar voeder zich niet goed voelde, er waren schommelingen in hun trainingslust,… telkens er werd overgeschakeld. Daarom liet ik door specialisten een heel uitgebalanceerde mengeling samenstellen. Later is die mengeling door de firma Beyers gecommercialiseerd als Premium Thoné Special. Die geef ik nu het ganse jaar door. De jongen zijn dit gewoon al vanaf het moment dat de kwekers hen azen. En er moet niet worden overgeschakeld van licht naar zwaar of omgekeerd. Er is een perfecte balans gevonden door gans het jaar rond dezelfde mengeling te voederen. Qua hoeveelheid wordt er gevoederd op gevoel. Nooit wordt er hier een duif op honger gespeeld. Maar er moet tussen onze ploeg wel een discipline heersen, men moet weten dat wij de baas zijn! Bovenop deze mengeling wordt er naar een snelheidsvlucht opgevoederd met maïs, voor extra suikers. Voor zware fondvluchten is dat opvoederen met energierijke granen. Tijdens de ruiperiode is dat volop extra wilde zaden, snoep en wordt er veel thee gegeven…

 

Het spelsysteem van de jongen op zich, heb je dat aangepast, Jos?

 

Nee, dat is hetzelfde gebleven. Ze worden op de schuifdeur gespeeld. De geslachten worden pas gescheiden als ze een 2-tal Frankrijkvluchten gevlogen hebben. Ze worden verduisterd vanaf midden maart. Dit van 17u tot 8u. Ik hou dat vol tot begin juni. Verder worden ze enorm goed opgeleerd. Ze gaan hier 15 tot 20 keer de mand in vooraleer ze wedstrijden vliegen. Op die manier kan je ze de stress van de mand aanleren. We beginnen bij 5 km en verdubbelen telkens de afstand. Waar we enorm op letten is het weer bij het opleren. Wij leren nooit duiven op met een open hemel, ook niet als het warmer is dan 22°C. Dat is moord voor die jonge beestjes. Pas op, eens opgeleerd is dat geen probleem meer… We leren die jonge beestjes ook drinken in de mand. We hebben hier imitatiewanden van een ‘cabine-express’-korf. Daar hangen we dan drinkbakjes aan, we halen de grote drinkpot van het hok. Zodat ze verplicht zijn daar te gaan drinken. Zo leren wij ze in de korf drinken. Wat ik volgend jaar nog ga veranderen op het jonge duivenhok? Wel ik ga nog een verwarmingsplaat onder het stro leggen. Kwestie van het supergezellig te maken, en zo komen die jongen sneller in forme… Proberen, hé…

 

Voor de inkorving gaat de schuifdeur open, hoelang?

 

Dat is iets dat je moet aanvoelen. In het begin gaat die al iets vroeger open. Maar van het moment dat er veel vuur inzit en er zijn al veel koppeltjes gevormd, dan moet dat niet zo lang zijn, hoor. Net hetzelfde met de training. Hier trainen ze 1 keer per dag. Maar de training is superbelangrijk. Als ze aan huis goed trainen, alles ok! Trainen ze onvoldoende, dan brengen we ze een 2 keer per week weg voor 35km. Ze moeten vliegen, anders kan je niet presteren!

 

Dat heb je zelf aan de lijve ondervonden, hé.

 

Klopt, ik had met een Engelsman gesproken. Hij stelde voor de duiven 3 dagen voor een nationale vlucht binnen te houden, kwestie van niet veel energie te verliezen. Ik ging inkorven voor Argenton. Vol goede moed, want die duiven, waren super in forme, mooi rond, net ballonnen,… één fiasco was het… Dus vliegen moeten ze! Pas op, ik heb er wel iets positiefs uit geleerd. Doordat ze 3 dagen binnen gebleven waren, waren ze onderling goed gepaard… De vlucht erna op La Souterainne was het wel bingo! Waarschijnlijk omdat er zich veel ‘hechte’ koppeltjes hadden gevormd. Zo zie je maar, je kan altijd iets leren…

 

Hoe zit het met de medische begeleiding, ten huize Thoné?

 

Daarvoor vertrouw ik blind op dierenarts Vandersanden uit Veldwezelt. Hij is net als ik tegen medicijnen. Enkel tijdens de zomermaanden kuur ik blind tegen trichomonen. De snelheidsmannen elke week 1 dag, de midfonders om de 2 weken 2 dagen en de fondmannen om de 3 weken 3 dagen. Voor de rest geloof ik enorm in het bacteriologisch onderzoek van de duiven. Dit is een diepgaand onderzoek. Zo wordt van het mest een bacteriogram opgesteld. Zo kan je zien welke ziekte je duiven hebben, belangrijk ten tijde van allerlei nieuwe ziektes. Maar nog veel belangrijker, je weet perfect welk medicijn er nog werkt om de ziekte uit te roeien. Door het veelvuldig, en vaak nutteloos, gebruik van antibiotica is er al enorm veel gewenning opgetreden. Met zo’n diepgaand onderzoek sluit je dat allemaal uit. Ik heb met dr. Vandersanden al afgesproken dat ik dat volgend seizoen, maandelijks wil laten uitvoeren. Qua voedingssupplementen volg ik het schema van Vandersanden, daarbij gebruik ik vooral de producten die de zuurtegraad in de krop op peil houden, vloeibare thee, de producten om de darmflora in orde te houden en de natuurlijke oogdruppels.

 

 

Wie Jos Thoné zegt, zegt duiven… Het is echt een verademing om met die man over de duiven te praten. Een bezeten ventje, hoor! Hij gaf ons een prachtige definitie van wat duivensport is, of althans zou moeten zijn. De basis van de duivensport als hobby! De duivenmelker komt thuis van zijn werk, zijn hoofd staat op ontploffen, één en al stress… hij gaat zijn duivenhok op, pakt er een duifje vast. Zijn gedachten mijmeren weg, en ziet zijn kampioenen op het hok zitten. Nadat hij terug in huis komt, is zijn hoofd leeg, de hoofdpijn en de stress weg! Dat is de pure duivensport, zegt Thoné. Overal waar hij komt in binnen- én buitenland promoot hij onze sport. Daarom wil hij mee aan de kar trekken… Hij ijvert voor een soort adviesgroep. Misschien in de schoot van onze POR (promotie-organisatie reisduiven)? Die adviesgroep, zegt Jos, moet instaan voor de positieve promotie van onze duivensport. Hierbij moet de KBDB zich niet aangevallen voelen, nee, de KBDB zou die adviesgroep moet coördineren op een positieve manier.

Want zeg nu zelf, wij hebben een uniek product. Dat niet te kopiëren is, zelfs niet ‘made in Taiwan’,… Ga gans de wereld rond, vraag naar de stamboom van die Chinese, Amerikaanse, Zuid-Afrikaanse,… duif, en je komt altijd terug naar de Belgische duif! Dat is iets dat we moeten uitspelen, zelfs naar de regering toe! Daar moeten we veel meer voordeel uit kunnen puren. Hetzelfde met de problemen met de fiscus, waar vele melkers mee te maken krijgen. Als wij, én de KBDB, ons groeperen en een goede pleiter onder de arm nemen, dan kunnen we hierover met de fiscus in discussie treden… Hoe veel geld heeft iemand geïnvesteerd vooraleer hij op een degelijk niveau met de duiven kan spelen? Als die man dan voor enkele duizenden euro’s, dat mogen zelfs honderduizend euro zijn… zijn duiven verkoopt, dan komt hij met dat geld nog niet toe om zijn gemaakte investering terug te verdienen… Ook zo met de ‘slechte samenwerking’ met de dierenrechtenorganisaties en de groenen… Komaan, iedereen is er toch tegen dat zijn duifjes bij 35°C moeten vliegen, of dat ze in onmenselijk weer gelost worden,… Dat is allemaal werk voor zo’n adviesgroep. Die met een gezamenlijk maar positief standpunt naar buiten treedt. Zo kunnen we op een positieve manier aan de revival van onze sport werken, aldus Thoné.

Zo zien wij het met onze POR ook Jos, alleen zou zo’n adviesgroep slechts een pijler zijn van de POR. We zullen met Thoné eens rond de tafel moeten zitten, want er is nog, o zoveel, werk aan de winkel…