Het idee van Jos Thoné verschenen in de "PASUIT" van februari 2007 www.pasuit.be

 Het duivenseizoen is weer in volle vlucht. Tot september doen spelers en kwekers weer mee aan de snelheidswedstrijden, de halve en de fond of de marathon.

Jos Thoné uit Niel-bij-As is professioneel duivenmelker. Op zijn palmares staan titels als Belgisch Kampioen ‘Jonge Duiven’ 06, Olympiade Winnaar korte afstand, meervoudig Gouden Duifwinnaar en viervoudig Wereldkampioen. Een fenomeen apart, een duivenmelker pur sang, buiten categorie. Thoné preekt de passie. Hij is bezeten door de sport. Een sport om fier op te zijn.

“Absoluut, de basis van de duivensport is de Belgische duif. De duivenmelkerij is bij ons ontstaan en wordt nu wereldwijd gecultiveerd als topsport. We tellen nog zo’n 40.000 duivenmelkers in België. Maar ons probleem is de marketing. Onze Noorderburen hebben daar meer verstand van. Zijn weten hun duiven te vermerken en krijgen dan ook vaak het tienvoudige van de prijs bij een verkoop. Weet je dat wij duivenmelkers de economische toestand van de wereld vooraf kennen? Wij zijn even goed geïnformeerd als de beurs. Toen Duitsland economisch sterk stond, moesten de duivenmelkers ginds alles van het beste hebben. Na de val van de Berlijnse muur werd het moeilijker. Toen kwam Japan op de proppen. Maar na de val van de yen verplaatste de markt zich weer. Wij voelen op voorhand hoe de economie gaat draaien. China stelde de grenzen open en men kocht er in het wilde weg. Nu is China mee met de wereld en wordt er gekeken naar afstamming, prestaties, de naam van de loft enz. In de E.G. liggen Polen en Rusland goed in de markt. In Litouwen en Oekraïne heb ik duivencentra. Men investeert er. Irak vraagt informatie. Ik geef dan ook in tal van landen advies. De regering zou in de duivensport moeten investeren. Men stuurt Prins Filip overal op missie. Onze Vlaamse bedrijven investeren in die landen. Eigenlijk is dat kapitaalsvlucht. Wij duivenmelkers brengen geld naar ons land. Men zou ons moeten helpen met toelagen, vergunningen e.d. zodat wij grote lofts voor onze buitenlandse investeerders hier in Limburg kunnen bouwen. Het zou een extra attractie zijn voor een Nationaal Park of een Maasmechelen Village. ”

Big business

Duivensport op topniveau is inderdaad big business. Er doen de wildste verhalen de ronde welke prijzen er worden neergeteld voor een topduif.

“ Klopt, net als elke hobby kost de duivensport een aardige stuiver. Wanneer je daarvoor een fikse vergoeding kunt vangen, is dat uiteraard meegenomen. Op de Olympiade werd een topduif verkocht voor 250.000 euro! Tien jaar terug bood men voor mijn beste en meest beroemde duif Poco al 50.000 euro. Ze won twee keer op Barcelona. Maar ik heb ze nooit verkocht. Zij vormde de basis voor mijn hok. Intussen is deze duif te oud geworden en heb ik ze laten inslapen. Ik heb een heel emotionele band met mijn duiven. Wanneer ik stijf sta van de stress trek ik naar mijn duivenhok. Wanneer ik dan zo’n duifje kan vasthouden, voel ik me heel gelukkig.”

Je echtgenote zal het graag horen. Achter elke duivenmelker staat een sterke vrouw, toch?

“Inderdaad, als je echtgenote geen begrip opbrengt voor de duiven, kun je het vergeten. Veel vrouwen worden immers jaloers, want we besteden vaak meer liefde aan onze duiven. Maar ik heb altijd getracht mijn hele gezin bij de duivensport te betrekken. Voor ik adviseur werd in deze sporttak, was ik overigens de huisman die instond voor het gezin. “

Volgens Jos Thoné bestaat er geen geheim voor zijn succes. Je moet er bezeten door zijn.

“ Er zijn drie constanten: een goed hok, dito duiven en een sterk management. Je moet beschikken over een gezond hok, waar je je thuisvoelt.  Ik heb hier een speciaal concept voor bedacht: een hedendaagse loft met ruime ramen tot op de grond, makkelijk onderhoudbaar en toegankelijk. Ik noem dat procédé: ‘Het idee van Jos Thoné’. Je verliest in mijn hokken weinig tijd met het voeder- of kuisproces. Die gewonnen tijd kun je beter steken in het observeren van je duifjes. Verder probeer ik de betere duif te kweken. Ik werk met prestatie- en DNA –lijsten en pas kunstmatige inseminatie toe. Hiervoor krijg ik hulp van dierenarts Ferdi Vandersanden uit Veldwezelt. Tenslotte ben ik een manager die elk detail onder controle houd. Daarnaast is het natuurlijk een samenspel van duif en melker. Je moet er wat feeling voor hebben. Je moet de juiste duif op het juiste moment inzetten afhankelijk van de omstandigheden.”

Doping

Topduiven krijgen een perfecte begeleiding door de dierenarts. Er wordt niets aan het toeval overgelaten. De medische supplementen zijn fel verbeterd, waardoor de algemene gezondheidstoestand verhoogt. Maar er doen ook wilde verhalen de rond rond doping bij duiven. Er zou worden gewerkt met anabole steroïden, bèta-agonisten en corticosteroïden.

“ Doping bestaat ook in deze sport. Men is zeer inventief. Maar sinds een tiental jaren bestaan er ook in onze branche strenge controles, zowel door de bond als door het ministerie van gezondheid. Er zijn liefhebbers betrapt. Sommigen waren onwetend, anderen niet. Het is bv geweten dat bepaalde oogdruppels met cortisone de pijngrens verleggen, waardoor de jonge duiven hogere prestaties kunnen leveren. Maar ik denk dat men erg overdrijft over de vermeende doping. Onze duiven worden ingekorfd en vertrekken dan op vlucht. Daar komt niemand verder meer aan te pas. Anderzijds is het wel zo dat sommige van deze producten bepaalde ziektes voorkwamen. We krijgen nu weer te kampen met nieuwe ziektes als de vogelgriep.”

De duivensport lijkt een leuke hobby voor veertig-plussers, maar het is zaak om de jeugd erbij te betrekken. Dit is minder evident.

“Klopt. Eigenlijk zou men de jongeren niet meteen moeten laten spelen tegen profi’s. Dat ontmoedigt. Laat zo’n gasten met een ervaren duivenmelker in een lokale maatschappij meelopen als hokverzorgers, of om korven schoon te maken. Betaal hen voor die diensten, zoals een jobstudent. Schenk de gastjes enkele duifjes. Laat hen daarna spelen op de jeugdkampioenschappen. Zo leren ze de stiel. Want geloof me , niets is zo mooi als wanneer  zo’n illustere onbekende je het nakijken geeft, zoals vaak het geval is bij bv de Barcelonavluchten. Dan bewijst zo’n kleine melker dat iedereen een kans krijgt in deze sport.”

Jempi Welkenhuyzen